Alles over bijen

Bijen zijn het zoemende hart van de natuur. Naast dat bijen er heel mooi uitzien vervullen ze ecosysteemdiensten. Ze zijn verantwoordelijk voor alle 3 van de 4 happen die jij op je bord hebt liggen en in je mond stopt! Bijen bestuiven planten door van bloem naar bloem te vliegen met stuifmeel aan hun lichamen. Bijna 90 % van alle planten (dat zijn bomen, struiken, bloemen, kruiden en landbouwgewassen) op aarde moeten op zo’n manier bestoven (en bevrucht) worden.

Lees hier alles over bijen!

Bestuiving

Bestuiving van planten kan op verschillende manieren. Het kan bijvoorbeeld via wind (planten hebben meeldraden en stamper die uitsteken: bij wind komen stuifmeelkorrels vrij en verspreiden zich om op een andere plant terecht te komen), water, insecten (bijen, vlinders, mieren, kevers, wespen, vliegen en motten), vogels (o.a. kolibries, papegaaien), zoogdieren (o.a. vleermuizen, knaagdieren) en door de plant zelf. 

Bestuiving door insecten

Een bestuiver bestuift planten omdat hij op zoek is naar eten (nectar/stuifmeelkorrels). Wanneer een bestuiver op een bloem gaat zitten om de nectar op te zuigen, blijven er stuifmeelkorrels aan het lijfje van de insect hangen. Wanneer de bestuiver genoeg eten heeft, vliegt hij door naar de volgende plant.  Doordat het insect zo diep in de bloem moet kruipen voor de nectar, laten de stuifmeelkorrels los van zijn vacht bij de volgende bloem.

Bevruchting van planten

Stuifmeelkorrels (ook wel bekend als pollen) uit de meeldraden (mannelijk geslachtsorgaan) van een bloem worden naar de stamper (vrouwelijk geslachtsorgaan) van een bloem gebracht. Bevruchting kan alleen bij dezelfde soort plant plaatsvinden. Wanneer bestuiving leidt tot bevruchting (stuifmeelkorrel komt bij eicel en smelten samen in het vruchtbeginsel) worden er zaden en vruchten gevormd vanuit de plant. Er bestaan meerdere soorten bestuiving (o.a. zelfbestuiving, kruisbestuiving).

Soorten bijen

Er zijn eigenlijk twee soorten bijen: solitaire bijen en sociale bijen.

Solitaire bijen

De solitaire bij leeft, voor zover wij als mens weten, zonder sociale structuur. Elk vrouwtje bouwt haar eigen nest: met kleine kamertjes, vult die met stuifmeel, legt een eitje en sluit de cel; er is geen koningin en geen werksters. Dat lijkt kwetsbaar, maar het maakt ze flexibel: ze vliegen vaak al bij koeler weer en kiezen de bloemen die op dat moment het best passen. Zo houden ze de bestuiving draaiende, ook wanneer andere insecten nog nauwelijks actief zijn. Waar solitaire bijen leven, zie je dat bijen nestelen op uiteenlopende plekken in stengels, hout en bodem. 80% van de bijen nestelt in zelf gegraven gangen in de bodem. In Nederland kennen we ongeveer 330 soorten solitaire bijen. 

Sociale bijen

Deze bijen leven in kolonies. Dit zijn grote volken met een duidelijke taakverdeling tussen een koningin, werksters en mannetjes. Deze samenlevingsvorm stelt hen in staat efficiënt grote hoeveelheden stuifmeel en nectar te verzamelen, wat essentieel is voor de bestuiving van planten. 

Leer meer over de bijensoorten

Specialisten en generalisten

Zowel een plantsoort als een bijensoort kan een specialist of generalist zijn. Elke bijensoort heeft zich aangepast aan een specifieke rol binnen het ecosysteem, een generalist of een specialist. Zo is een honingbij een generalist, hij kan meerdere soorten planten bestuiven. Een metselbij is een specialist en richt zich op speciefieke bloemen.  De bijensoorten vullen elkaar hierdoor aan om veel verschillende soorten planten te kunnen bestuiven. Daarom is een diversiteit aan bestuivers en het behoud daarvan essentieel voor voedselzekerheid en biodiversiteit. 

Een plant is een generalist als hij kan worden bestoven door meerdere methoden (wind, water, dier). Een plant is een specialist als hij door één methode kan worden bestoven. Sommige bloemen hebben bijvoorbeeld specifieke geuren, vormen, kleuren, hebben beloningen ontwikkeld om hun favoriete bestuivers aan te trekken, en soms gaan ze zeer gespecialiseerde relaties aan met bepaalde bestuivers

Specialisatie zorgt voor een maximale efficiëntie bij de overdracht van stuifmeelkorrels. Generalisatie zorgt voor een wijde verspreiding van overdracht.

De honingbij

Honingbijen leven in een groot volk, maken honing, bewaren honing als wintervoorraad en wonen bij imkers in kasten of in holle bomen. Ook zij bestuiven. Omdat (wilde) solitaire bijen soorten uiteenlopende bloemen bezoeken, vullen ze de honingbij aan en zorgen ze samen voor de bestuiving. Ook de honingbij komt in Nederland in het wild voor, de inheemse honingbij. Dit is de zwarte bij. Deze leeft ook al 60 miljoen jaar hier samen met de solitaire bijen.

De hommel

Hommels zijn ook een soort wilde bijen en leven in nesten van zo’n 300-500 hommels in de zomer. In het najaar worden de nieuwe koninginnen geboren en bevrucht. Zij overleven, alleen, tijdens de winter onder de grond. Ze starten dan in het vroege voorjaar weer een nieuw nest. Vaak vanaf februari, ook bij frisser en natter weer en al vanaf 8 graden, daardoor blijft de bestuiving op gang als andere soorten bestuivers nog schaars zijn. En dit doen ze al 60 miljoen jaar zo! Jaar in jaar uit. Een keten die niet onderbroken mag worden.  Hommels zijn goed te herkennen aan hun robuuste, pluizige lijf met duidelijke kleurbanden; zwart met geel en vaak een witte of oranjestaart”. In Nederland komen meer dan 20 soorten hommels voor.